Twee kleine zeemuisjes, Wiewaai en zijn zusje Astera, en hun moeder Filidoor en oom Droom, die hen vertelt over de toverkracht van vallende sterren, gaan met hun boot 'De Zeekabouter' op zoek naar deze sterren. Oom Droom brengt hen weer naar het vasteland, waar de dorpsmuizen hen mandjes geven om de sterren in op te bergen. Ze vinden in de sneeuw honderden sterren, maar Astera verdwaalt en een flikkerend licht brengt haar terug. Bij de dorpsmuizen vieren ze feest en eten sterrenkoekjes bij verlichte sterrenlampjes. Op de terugweg hangt Astera's sterretje als een lantaarn voor op de boot. Een groot formaat prentenboek dat sprookjesachtig geillustreerd is met veel gele en blauwe tinten; de sterren hebben een zilverkleurige schittering. De tekst is opgenomen in de paginagrote illustraties en is gedrukt in een prettig, vrij groot lettertype. Het uiterlijk is uitnodigend, vooral ook doordat de sterretjes in flonkerende folie zijn gedrukt en nogal opvallen. Voor kleuters vanaf ca. 4 jaar. Oblong formaat.